Parodontitis

De ontsteking in de tandvleesrand kan zich uitbreiden in de richting van het kaakbot, doordat plak via het aanwezige tandsteen gemakkelijk de bestaande pocket in kan. Bepaalde bacteriën uit die plak kunnen, eenmaal onder het tandvlees gekomen, het bot langzaam afbreken. Hierdoor wordt de tandvleespocket dieper. Dit begin van onherstelbare schade aan het kaakbot noemen we parodontitis.

Bij parodontitis kan het tandvlees rood en gezwollen zijn en gaan bloeden bij het poetsen of bij het eten. Het tandvlees kan na verloop van tijd zelfs gaan terugtrekken. Ook een vieze smaak of een slechte adem kunnen duiden op parodontitis. Parodontitis geeft zelden pijnklachten. Helaas worden het bloeden en het terugtrekken van het tandvlees vaak als ‘gewoon’ ervaren; het zal er wel bij horen! Hierdoor kan parodontitis lang onopgemerkt blijven. Parodontitis is de oorzaak van gebitsverlies. Echter: wordt de parodontitis tijdig ontdekt, dan kan gebitsverlies worden voorkomen.

Voor een succesvolle behandeling is een goede mondhygiëne essentieel!

De aanwezigheid van plak en het ontstaan van parodontitis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Andere factoren die de mate en de ernst van de ontsteking kunnen beïnvloeden zijn:

  • Roken.
    Parodontitis komt vaker voor bij rokers dan bij niet-rokers. De ernst van parodontitis is bij rokers groter dan bij niet-rokers. Ook reageren rokers minder goed op de behandeling van parodontitis dan niet-rokers. Bloedend tandvlees als indicatie van een parodontale aandoening treedt door de nicotine minder en in een later stadium op, hierdoor kan de parodontitis onopgemerkt blijven. Al met al genoeg redenen om te stoppen met roken wanneer je parodontitis hebt of wilt voorkomen dat je het krijgt.
  • Diabetes.
    Diabetes – en dan vooral de niet goed ingestelde diabetes – geeft een verhoogde kans op het ontstaan van parodontitis. Ook is door diabetes de kans op het ontstaan van abcessen bij parodontitis groter.
  • Stress.
    Psychische stress kan de afweer van het lichaam onderdrukken. Daardoor neemt de kans op het ontstaan van parodontitis toe en kunnen de nadelige gevolgen van parodontitis groter zijn.
  • Erfelijke aanleg.
    Dat er in bepaalde families meer parodontitis voorkomt was al bekend, dat erfelijke aanleg hierin ook een rol speelt, is iets wat de laatste jaren steeds duidelijker wordt. Sommige mensen produceren meer ontstekingseiwitten bij parodontitis dan andere. Door deze hoeveelheid ontstekingseiwitten wordt de ontstekingsreactie heftiger dan nodig is, dit zorgt er voor dat er ook meer kaakbot en ligamentvezels worden afgebroken.Een ontstekingsreactie moet ook effect sorteren; als de bacteriën er niet door worden gedood, maar wel lichaamseigen structuren worden aangetast, dan zal dit ook bijdragen aan de parodontale afbraak. Momenteel is het al mogelijk om een gen, welke de gevoeligheid voor parodontitis kan vergroten, te testen. Dit zal in de toekomst steeds meer onderzocht worden en waarschijnlijk zal het dan mogelijk zijn om de genetische aanleg voor parodontitis al op jonge leeftijd te bepalen, zodat tijdig extra preventieve maatregelen genomen kunnen worden.
  • Andere co-factoren.
    Hiermee worden o.a. factoren bedoeld, die de afweerreactie kunnen verslechten of verminderen zoals de al eerder genoemde diabetes en stress, maar ook HIV en bv leukemie zorgen voor een vergrote kans op parodontale afbraak.Mensen die bestraald zijn in het hoofd-hals gebied maken oa door een tekort aan speeksel een grote kans op parodontitis. Voor patiënten met deze ernstige aandoening is een uitgebreide en zorgvuldige mondhygiëne en regelmatig mondhygiënist/tandartsbezoek (zeker vier keer per jaar) van groot belang.

    Hormonale veranderingen, welke bv optreden tijdens de zwangerschap en in de overgang, kunnen aanleiding zijn tot een (hevigere) onsteking van het parodontium. Bij vrouwen zal tijdens de zwangerschap het tandvlees eerder bloeden en ontstoken raken, dit wordt zwangerschapsgingivitis genoemd.